PubMed Logo
PubMed:   

Wikipedia Logo
Wikipedia:   

Google Logo
Google.nl:   
Zoek alleen medinfosite.nl

Kindergeneeskunde

Lichamelijk onderzoek van de pasgeborene

Als er gevraagd wordt om "een kindje na te kijken"

Lichamelijk onderzoek

Algemene indruk Het routineonderzoek van de pasgeborene begint zodra het kind geboren is met het vormen van een eerste indruk.

Vitaliteit Apgar-score. De Apgar-score bestaat uit het meten of schatten van de hartfrequentie (afwezig, <100/min, >100/min), de ademhaling (afwezig, niet frequent of onregelmatig, goed), de spiertonus (slap, matig, goed), de reactie op prikkels (geen, enige beweging, huilen) en de kleur (blauw of bleek, lichaam roze en extremiteiten blauw, geheel roze). Voor elk item kan een score van 0, 1 of 2 worden gegeven, zodat de maximumscore 10 is. De Apgar-score wordt na 1 en na 5 minuten bepaald. Vitaliteit Apgar-score. apgar-score

Huid Kleur: icterus, cyanose, bleekheid. Oedeem. Bijzonderheden als naevus flammeus, hemangioom.

Hoofd Schedel: cefaal hematoom, caput succedaneum.22) Ogen: vorm, stand, grootte, conjunctivitis23), helderheid lens, fotofobie, excessief tranen. Neus: doorgankelijkheid.

Mond: kleur, scheefstand, afwijkingen lippen en palatum. Vormafwijkingen als een bijoortje.24)

Hals Bijzonderheden als fistels, cysten, torticollis.

Thorax Ademhaling: frequentie niet hoger dan 40 per minuut, let op intrekkingen.

Hartafwijkingen. Het onderzoek hiernaar direct post partum kan beperkt blijven tot het beoordelen van de kleur en hart- en ademhalingsfrequentie, reeds vastgelegd in de Apgar-score.

Abdomen Navel(streng): De navel behoort twee arteriën en een vene te bevatten. Bijzonderheden als herniae.

Rug Bijzonderheden als een zwelling, fistel, beharing, mongolenvlek, sacrale pit. Extremiteiten Bewegingspatroon armen en benen. Dysmorfe kenmerken als syndactylie of doorlopende handplooi.

Genitalia externa Geslacht vaststellen. Bij jongens: indaling testes vastleggen en inspectie op epi- of hypospadie en hydrocele testis. Anus Inspectie.

Beknopt neurologisch onderzoek Tonus en spontane motoriek.

Wegen en meten Noteren van gewicht.

Noteren van fronto-occipitale hoofdomvang.

De lengte van de pasgeborene hoeft niet gemeten te worden.

Evaluatie/verwijzing

Leg aan ouders uit ‘onderzoek: geen afwijkingen’ wil niet altijd zeggen ‘kind gezond’. Sommige (hart-)afwijkingen kunnen zich in de loop van uren tot dagen gaan manifesteren.

Vitaliteit als de Apgarscore voor vertrek nog geen 10 is: zoek naar de reden. Verwijs indien algehele toestand niet verbetert.

Congenitale hartafwijkingen let op tekenen van centrale cyanose, dyspneu en een slechte perifere circulatie; bij vermoeden van een hartafwijking direct verwijzen naar kinderarts of (kinder)cardioloog.

Dysplastische heupontwikkeling bij een niet-symmetrisch bewegingspatroon benen: abductie heupen en kniehoogteverschil beoordelen; indien afwijkend, verwijzen naar (kinder)orthopeed; bij een symmetrisch bewegingspatroon benen kan het eerste heuponderzoek plaatsvinden op de leeftijd van ca. 4 weken.

Niet-ingedaalde testis vastlegging indaling testes; positie testes doorgeven aan consultatiebureau: in het scrotum; niet in het scrotum, maar wel daar in stabiele positie te brengen; niet in scrotum, en ook niet daar te brengen; ectopisch.

Congenitale oogafwijkingen cataract: let op troebeling van lens; zo mogelijk onderzoek met doorvallend licht; glaucoom: valt op door een abnormaal groot oog, excessief tranen of fotofobie; bij vermoeden van een congenitale oogafwijking: binnen een week naar oogarts verwijzen. Overig ook andere afwijkende bevindingen, zoals icterus of conjunctivitis, kunnen een reden zijn om te overleggen of te verwijzen.

Evaluatie Vitaliteit. Is de Apgarscore na vijf minuten 7 of hoger, dan heeft het kind de bevalling over het algemeen goed doorstaan. Een lagere Apgarscore kan duiden op perinatale asfyxie.29) Indien de Apgar-score voor vertrek van de huisarts nog geen 10 is, moet worden gezocht naar de reden hiervan. Als de algehele toestand van de pasgeborene niet verbetert, verwijst de huisarts naar de kinderarts.

Congenitale hartafwijkingen. Direct post partum zijn de de belangrijkste symptomen die kunnen wijzen op een congenitale hartafwijking: centrale cyanose, dyspneu en een slechte perifere circulatie. Na kortere of langere tijd kunnen er tekenen van inspanningsintolerantie ontstaan, zoals kortademigheid bij huilen of drinken, transpireren, of snel moe zijn (slecht drinken). Indien één van bovenstaande symptomen aanwezig is, verricht de huisarts nader onderzoek: auscultatie van het hart, palpatie van de liesarteriën en palpatie van de leverrand. Bij verdenking op een congenitale hartafwijking verwijst de huisarts direct naar de kinderarts of kindercardioloog. De afwezigheid van een hartgeruis sluit een hartafwijking niet uit.

Dysplastische heupontwikkeling. Het onderzoek van de heup hoeft niet direct post partum te gebeuren, omdat er geen geschikte onderzoeksmethode bestaat. Het eerste heuponderzoek en de anamnese voor risicogroepdetectie kunnen plaatsvinden op de leeftijd van circa vier weken, (meestal) op het consultatiebureau voor zuigelingen. Bij het onderzoek direct pospartum kan een niet-symmetrisch bewegingspatroon van de benen eventueel aanleiding zijn voor nader onderzoek van de heupen (abductie, kniehoogteverschil).10 Bij afwijkingen wordt dan verwezen naar de (kinder)orthopeed.

Niet-ingedaalde testis. De huisarts registreert of en, zo ja, waar hij de testes heeft aangetroffen (1. in het scrotum, 2. niet in het scrotum, maar wel daar in stabiele positie te brengen, 3. niet in scrotum, en ook niet daar te brengen, of 4. ectopisch). Als de testes bij de geboorte geheel ingedaald zijn, kan de huisarts een afwachtende houding aannemen in het geval een testis op latere leeftijd niet wordt aangetroffen. Een retractiele testis behoeft namelijk in principe geen behandeling. Als één of beide testes bij de geboorte niet zijn ingedaald, dient dit vervolgd te worden op het consultatiebureau.

Congenitale oogafwijkingen. Bij een uitgesproken cataract is troebeling van de lens zichtbaar. Congenitaal glaucoom valt op door een abnormaal groot oog, excessief tranen of fotofobie. Bij vermoeden van een congenitale oogafwijking verwijst de huisarts binnen een week naar de oogarts.

Overige afwijkingen. Ook andere afwijkende bevindingen kunnen een reden zijn om te verwijzen. Consulteer bij twijfel een kinderarts.

ACHTERGRONDEN Eerste routineonderzoek direct post partum Het eerste lichamelijk onderzoek van de pasgeborene is om verschillende redenen van groot belang: Het geeft een eerste indruk van de toestand en de vitaliteit van de pasgeborene, het levert uitgangswaarden die bij eventueel later ontstane ziekten of problemen relevant zijn, en het is een eerste oriëntatie op congenitale afwijkingen.8)

De volgende afwijkingen krijgen op deze plaats speciale aandacht, omdat vroege opsporing ervan belangrijk wordt geacht. Congenitale hartafwijkingen. Deze komen voor bij 0,8 procent van de pasgeborenen. Bij laat ontdekte hartafwijkingen kan hypoxemie of hartfalen optreden. Risicofactoren zijn onder andere een belaste familieanamnese en diabetes mellitus bij de moeder. Het merendeel van de levensbedreigende hartafwijkingen komt pas tot uiting na het sluiten van de ductus Botalli. De kans is zeer klein dat direct na de geboorte een levensbedreigende hartafwijking wordt ontdekt, omdat de ductus Botalli dan nog niet is gesloten. Dysplastische heupontwikkeling. In landen waar de vroege opsporing van dysplastische heupontwikkeling systematisch is opgezet, wordt bij 1-5 procent van de pasgeborenen luxeerbaarheid van de heupen vastgesteld. Het natuurlijk beloop van de neonataal luxeerbare heup is in de meeste gevallen gunstig: 80-90 procent herstelt zich spontaan. De rest zal echter zonder behandeling overgaan in een dysplasie en eventueel een luxatie met in een groot deel van de gevallen coxarthrose tot gevolg. Een deel van de kinderen die later in het eerste jaar een heupdysplasie blijkt te hebben, heeft als pasgeborene geen luxeerbaarheid van de heupen vertoond. Risicofactoren zijn een belaste familie-anamnese, stuitligging en geslacht (meisje). Zoals verderop in deze standaard wordt besproken, hoeft het eerste heuponderzoek pas plaats te vinden op de leeftijd van ca. 4 weken. Niet-ingedaalde testis. Komt voor bij 6 procent van alle pasgeboren jongetjes. Een groot aantal van de niet-ingedaalde testes daalt binnen korte tijd in. De prevalentie van een niet-ingedaalde testis op de leeftijd van 3 maanden is 1,6 procent. Bij niet-ingedaalde testes is er op langere termijn verhoogde kans op infertiliteit en maligniteit. Risicofactoren zijn stuitligging en een laag geboortegewicht. Belangrijk is om te weten of de testes bij de geboorte, als de cremasterreflex nog afwezig is, volledig ingedaald waren. Dit kan onnodige ongerustheid of operaties voorkomen, wanneer later de testes bij onderzoek niet te vinden zijn. Spontane indaling is onwaarschijnlijk na het eerste levensjaar. Congenitale oogafwijkingen. Congenitaal cataract komt voor bij 15 op de 100.000 pasgeborenen, congenitaal glaucoom bij 2 op de 100.000 pasgeborenen. Indien deze afwijkingen tijdig worden ontdekt, kan een operatie binnen enkele dagen tot weken na de geboorte blindheid voorkomen.

Bron: NHG-Standaard Onderzoek van de pasgeborene M74

Foetale en congenitale hartdefecten

Inhoud: 4 video's

deel 1: [youtube]

[/youtube]

deel 2: [youtube]

[/youtube]

deel 3: [youtube]

[/youtube]

deel 4: [youtube]

[/youtube]

Aanvullende informatie